De markt verslaan is de uitzondering
Beleggen begint vaak met de vraag: welke aandelen moet ik kiezen? Deze cursus begint met een geruststellender antwoord: waarschijnlijk hoef je helemaal niet te kiezen. In deze les zie je waarom zelfs betaalde professionals de markt zelden blijvend verslaan, en wat dat betekent voor jou. En, eerlijk is eerlijk, voor onze eigen andere cursussen.
Wat betekent 'de markt verslaan' eigenlijk?
De markt is simpelweg het gemiddelde van alle beleggers samen. Dat gemiddelde wordt gemeten met een index: een lijst aandelen met een rekenregel erachter, zoals de AEX voor de 25 grootste Nederlandse beursbedrijven of een wereldindex voor duizenden bedrijven wereldwijd. Stijgt zo'n index 8% in een jaar, dan behaalde de gemiddelde euro in die markt ruwweg 8%.
Er zijn twee manieren om met die meetlat om te gaan. Actieve beleggers proberen béter te scoren dan de index: ze kiezen aandelen, timen hun momenten en betalen vaak een fondsbeheerder om dat voor hen te doen. Passieve beleggers, ook wel indexbeleggers, doen het omgekeerde: ze kopen gewoon de hele lijst en nemen genoegen met het marktgemiddelde.
Genoegen nemen met het gemiddelde klinkt als opgeven. Het verrassende nieuws van deze les: dat 'gemiddelde' blijkt in de praktijk een score te zijn waar de meeste professionals niet aan kunnen tippen. Hoe dat kan, zie je hieronder.
Het bewijs: de meeste profs halen de meetlat niet
Al tientallen jaren vergelijken onderzoekers de prestaties van actieve beleggingsfondsen met hun index. De uitkomst is opvallend consistent, in de Verenigde Staten én in Europa: hoe langer de periode, hoe groter het deel van de fondsen dat achterblijft bij de index. Over periodes van vijftien jaar gaat het om de grote meerderheid: ruwweg acht à negen van de tien fondsen.
En dat is nog geflatteerd, want slecht presterende fondsen worden vaak stilletjes opgeheven of samengevoegd. Die verdwijnen uit de statistieken, waardoor de overgebleven fondsen er als groep beter uitzien dan de werkelijkheid. Onderzoekers noemen dat overlevingsvertekening: je ziet alleen de overlevers, niet de gesneuvelden.
Belangrijk om erbij te zeggen: er bestáán fondsen die de index langdurig verslaan. Het probleem is dat je vooraf niet kunt zien welke dat zullen zijn. Fondsen die de afgelopen jaren wonnen, staan de jaren erna opvallend vaak bij de achterblijvers. Rendement uit het verleden is geen selectiemiddel. Dat zinnetje staat niet voor niets verplicht onder elke fondsadvertentie.
- Over lange periodes blijft de grote meerderheid van de actieve fondsen achter bij hun eigen index
- Verdwenen fondsen flatteren de statistieken: de mislukkingen tellen niet meer mee
- Winnaars bestaan, maar zijn vooraf niet betrouwbaar aan te wijzen
Waarom lukt het zelfs de profs niet?
De eerste reden is wiskundig, en die bedacht niet wij maar Nobelprijswinnaar William Sharpe. Alle beleggers samen zíjn de markt. Vóór kosten behaalt de gemiddelde belegger dus per definitie het marktgemiddelde. Maar actief beleggen kost geld: beheervergoedingen, transactiekosten, salarissen van analisten. Trek die kosten van het gemiddelde af, en de gemiddelde actieve belegger moet ná kosten wel achterblijven bij de index. Dat is geen mening, dat is rekenen.
De tweede reden is concurrentie. De beurs van nu is geen markt waar een slimme particulier tegenover suffe amateurs staat: aan de andere kant van bijna elke transactie zit een professional met snellere informatie en meer rekenkracht. Om de markt te verslaan is het niet genoeg om slim te zijn. Je moet structureel slimmer zijn dan de andere professionals, die allemaal hetzelfde proberen. Dat lukt sommigen, maar het is de uitzondering, niet de regel.
Wat levert meedoen met het gemiddelde dan op? Wereldwijd gespreide aandelen leverden over de afgelopen eeuw historisch gemiddeld zo'n 7% per jaar op. Let op: dat is een gemiddelde uit het verleden, geen belofte. Er zaten jaren van min 40% tussen en decennia van tegenwind. Maar het laat zien dat 'genoegen nemen met het gemiddelde' historisch geen genoegdoening was, maar een prima resultaat.
En onze eigen andere cursussen dan?
Hier wordt het ongemakkelijk, dus zeggen we het maar gewoon. Beleggingscollege verkoopt cursussen over waardebeleggen, technische analyse en opties. Dat zijn actieve aanpakken. Precies het soort beleggen waarvan deze les net liet zien dat de meeste mensen er niet beter van worden dan van een simpel indexfonds. Een cursusverkoper die dat verzwijgt, heeft een geloofwaardigheidsprobleem. Dus verzwijgen we het niet.
Onze andere cursussen leren echte vakken. Waardebeleggen is een ambacht met een lange staat van dienst, opties zijn gereedschap dat je kunt leren beheersen, en zelfs van technische analyse leggen we eerlijk uit wat de wetenschap ervan vindt. Maar een vak leren is iets anders dan een vak nodig hebben. De meeste mensen met een baan, een gezin en een pensioengat hebben geen tweede vak nodig: die hebben een spaarplan nodig dat vanzelf loopt.
Daarom is dit onze eerlijke rangorde: deze cursus is de standaardroute, de rest is verdieping voor wie het vak in wil. Zie je na deze acht lessen af van al onze andere cursussen, dan is deze cursus geslaagd. En vind je beleggen stiekem zó leuk dat je meer wilt, dan weet je straks precies wat je erbij haalt, en met welk deel van je geld je dat verstandig doet (daarover meer in les 8).