Les 1 van 8 9 min 50 XP

De drie pijlers van je pensioen

Veel mensen denken bij 'pensioen' meteen aan zelf sparen en beleggen, en slaan daarmee de belangrijkste stap over: kijken wat er al voor je is geregeld. In Nederland staat je inkomen voor later op drie pijlers, en twee daarvan bouw je waarschijnlijk al jaren op zonder er iets voor te doen. Eerst weten wat je hébt, dan pas bouwen.

Drie pijlers, één inkomen voor later

Het Nederlandse pensioenstelsel rust op drie pijlers. Pijler één is de AOW: een basisinkomen van de overheid voor iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Pijler twee is het pensioen dat je via je werkgever opbouwt bij een pensioenfonds of verzekeraar. Pijler drie is alles wat je zelf regelt: lijfrentes, beleggingsrekeningen, spaargeld, een afgeloste hypotheek.

Die volgorde is geen toeval. Voor de meeste werknemers vormen de AOW en het werkgeverspensioen samen het grootste deel van het inkomen na pensionering. De derde pijler is de aanvulling: belangrijk, soms zelfs cruciaal, maar zelden het fundament.

Daarom begint deze cursus niet met een rekenmachine maar met een inventarisatie. Wie zelf gaat bouwen zonder te weten wat er al staat, bouwt bijna zeker verkeerd: te veel (en leeft nu onnodig zuinig) of te weinig (en merkt dat pas als bijsturen moeilijk is geworden).

Pijler 1: de AOW als bodem

De AOW is een omslagstelsel: de premies van werkenden van nu betalen de uitkeringen van gepensioneerden van nu. Er staat dus geen persoonlijk potje met jouw naam erop; je bouwt een récht op, geen vermogen. Dat recht groeit met elk jaar dat je in Nederland woont of werkt in de vijftig jaar vóór je AOW-leeftijd: per jaar zo'n 2% van de volledige uitkering.

De hoogte is gekoppeld aan het minimumloon en verschilt voor alleenstaanden en samenwonenden. Zie de AOW als een bodem in je inkomen: genoeg om van te bestaan, meestal niet genoeg om je huidige levensstijl voort te zetten. De actuele bedragen en jouw persoonlijke AOW-leeftijd vind je bij de Sociale Verzekeringsbank; de AOW-leeftijd beweegt mee met de levensverwachting en ligt medio 2026 rond de 67 jaar.

De belangrijkste valkuil van pijler één is het AOW-gat: wie een aantal jaren buiten Nederland woonde, mist voor elk gemist jaar zo'n 2% van de uitkering. Levenslang. Veel mensen ontdekken dat pas vlak voor hun pensioen, terwijl het juist iets is dat je decennia eerder wilt weten.

Het AOW-gat van Karim

Karim werkte tussen zijn 28e en 36e acht jaar in Canada. Acht gemiste opbouwjaren betekenen circa 8 x 2% = 16% minder AOW, elke maand, zolang hij leeft. Stel dat de volledige AOW voor een alleenstaande ter illustratie EUR 1.500 bruto per maand bedraagt (peildatum zomer 2026; de actuele bedragen staan bij de SVB), dan mist Karim ongeveer EUR 240 per maand: ruwweg EUR 2.900 per jaar. Ontdekt hij dat op zijn 40e, dan heeft hij 27 jaar om het op te vangen. Ontdekt hij het op zijn 66e, dan is er weinig meer aan te doen: het tegenvalscenario is hier niet een slechte beurs, maar te laat kijken.

Pijler 2: pensioen via je werkgever. Midden in een verbouwing

Werk je in loondienst, dan bouw je waarschijnlijk pensioen op via een pensioenfonds of verzekeraar; werkgever en werknemer betalen daar samen premie voor. Dit is voor veel Nederlanders veruit het grootste vermogen dat ze bezitten, vaak groter dan de overwaarde op hun huis, en toch weten de meesten niet eens bij welk fonds het staat.

Belangrijk om te weten: dit deel van het stelsel wordt op dit moment verbouwd. Onder de Wet toekomst pensioenen stappen pensioenfondsen over van toezeggingen over de uitkering naar persoonlijke pensioenvermogens: een pot met jouw naam erop, waarvan de hoogte meebeweegt met de beleggingsresultaten. De overgang loopt nog (peildatum zomer 2026) en het moment verschilt per fonds; het ene fonds is al over, het andere volgt de komende jaren.

Wat betekent dat voor jou? Vooral dat je pensioenoverzicht de komende jaren van vorm kan veranderen en dat de bedragen erop wat meer kunnen bewegen dan je gewend was. Het betekent níét dat je opbouw verdwijnt. Wil je weten waar jouw fonds staat, kijk dan op de site van je eigen pensioenfonds. Dat is de enige bron die voor jouw situatie klopt.

Wie geen werkgeverspensioen heeft (zzp'ers, veel werknemers in sectoren zonder fonds) mist deze hele pijler. Voor die groep is pijler drie geen aanvulling maar het hoofdgerecht, en telt alles uit de rest van deze cursus dubbel.

Pijler 3: wat je zelf opbouwt

De derde pijler is de verzamelnaam voor alles wat je zelf regelt: fiscaal gefaciliteerd via een lijfrente (daarover meer in les 3 en 4), of gewoon vrij via een spaar- of beleggingsrekening. Ook een afgeloste hypotheek hoort er in bredere zin bij: wie straks geen woonlasten heeft, heeft minder inkomen nodig.

Het grote verschil met de eerste twee pijlers: hier bepaal jij alles zelf. Hoeveel je inlegt, waarin je belegt, wanneer je stopt. Die vrijheid is de kracht én de zwakte van pijler drie. Niemand dwingt je om te beginnen, en uitstel is de duurste fout die er bestaat, omdat je de jaren met de meeste rente-op-rente-groei nooit meer terugkrijgt.

In de gratis beginnerscursus zag je al hoe samengestelde groei werkt; in deze cursus draait het om de vraag hoevéél er in die derde pijler moet, en in welke vorm.

Eerst kijken, dan bouwen

Al je opbouw uit pijler één en twee staat op één plek bij elkaar: mijnpensioenoverzicht.nl, een neutrale overheidsvoorziening waarop je met DigiD inlogt. Je ziet er je AOW-opbouw, elk pensioenfonds waar je ooit iets opbouwde (ook van werkgevers van vijftien jaar geleden) en een schatting van je totale inkomen vanaf je pensioendatum.

Doe dat vandaag nog, of in elk geval vóór les 2: daar ga je met deze cijfers rekenen. Kijk niet alleen naar het eindbedrag, maar ook naar de opbouw: staat er een oud pensioentje dat je vergeten was? Klopt je AOW-opbouw met je woonhistorie?

  • Log in op mijnpensioenoverzicht.nl en noteer je verwachte AOW plus werkgeverspensioen per maand
  • Check je AOW-opbouw op gaten als je ooit buiten Nederland woonde of werkte
  • Zoek uit bij welk fonds je huidige werkgever is aangesloten en of dat fonds al is overgestapt op het nieuwe stelsel
  • Zet oude, vergeten pensioenpotjes op een rijtje: kleine potjes van oude werkgevers tellen op
Test je kennis
1/4

Wat is de beste omschrijving van de rol van de AOW in je totale pensioeninkomen?